![]() |
| Ernesto 'Che' Guevara y Fidel Castro |
![]() |
| Che Guevara |
Zoek je de term boom op in een woordenboek, dan vind je o.a. "a sudden demand for a thing" or "a burst of commercial activity and prosperity". Deze boom, die in de jaren '60 van de 20e eeuw begint, vertoonde inderdaad al deze aspecten: een grote vraag naar de Spaans-Amerikaanse roman toen enkele werken beroemdheid hadden gekregen; grote activiteit en welvaart van bepaalde uitgeverijen; een uitgesproken voorkeur bij het internationale lezerspubliek voor de hedendaagse Spaans-Amerikaanse roman. Daarnaast was er dan nog een intense vertaalactiviteit in bepaalde landen: in de VS, Engeland, Frankrijk; in Duitsland was minder belangstelling. In Nederland is verbazingwekkend veel vertaald: van sommige schrijvers zelfs het complete oeuvre tot nu toe. Nog nooit had de Spaans-Amerikaanse literatuur in zo'n kort tijdsbestek zoveel grote werken van zo'n groot aantal schrijvers voortgebracht.
Een aantal redenen voor die explosieve groei in de jaren '60 is te danken aan:
- Massale migratie van het platteland naar de stad.
- De komst van Spaanse vluchtelingen na de burgeroorlog (1936-39). Onder hen waren veel docenten, schrijvers, intellectuelen en uitgevers.
- De tweede wereldoorlog waardoor de import van boeken en tijdschriften uit Europa kwam stil te liggen.
- De Cubaanse revolutie van 1959 ("varkensbaai incident") De revolutionaire leiders waren Fidel Castro, Camilo Cienfuegos y Ernesto "Che" Guevara. Na de revolutie richtte Fidel Castro de uitgeverij Casa de las Américas op, die onderdak wilde bieden aan schrijvers van Latijns-Amerika. Cuba werd daardoor in de jaren '60 het literaire centrum van Latijns-Amerika.
![]() |
| Fidel Castro |
Julio Cortázar (Argentinië 1914-1984)
Mario Vargas Llosa (Perú 1936)
Gabriel García Márquez (Colombia 1928-Mexico 2014)
Carlos Fuentes (Mexico 1929-2012)
Juan Carlos Oneti (Uruguay 1909-1994)
Manuel Puig (Argentinië 1932-1990).
Je ziet dat de nieuwe romankunst uit alle windrichtingen van het continent komt. Gabriel García Márquez was het meest overweldigende verkoopsucces van de boom. Zijn grote werk is zonder enige twijfel Cien años de soledad, het boek over het geslacht Buendía dat leeft en zich voortplant in Macondo in generaties die met elkaar, en met hun aangetrouwde verwanten, een doolhof vormen. Zijn manier van vertellen wordt het magisch realisme genoemd. Het uitgangspunt van het magisch realisme is dat de wereld een idiote chaos is, waarin van alles kan gebeuren. Er zijn boeken van hem waarin een meisje in linnen lakens gewikkeld naar de hemel vliegt, waar in sinaasappels diamanten groeien en vissers in hun netten olifanten en dwergen uit zee ophalen. De clou is dat die schijnbare fantasieën een volstrekt redelijke verklaring hebben. Het meisje werd zwanger en om de schande te verbergen sloten haar ouders haar in een klooster op en zeiden daarna tegen iedereen dat ze in die linnen lakens gewikkeld naar de hemel was gevlogen. Bandieten hadden de diamanten in die sinaasappels gestopt om ze het land door te smokkelen. Een wervelstorm had een circus in de lucht getild en weer in zee laten vallen, en zo kwam het dat die vissers de volgende dag olifanten en dwergen in hun netten vingen.
Het magisch realisme is een stijl waarin gewone voorvallen in een overdreven taal worden verteld, terwijl de uitzonderlijkste voorvallen op een nuchtere manier worden verteld. In het magisch realisme wordt een wezenlijke rol gespeeld door natuur, geschiedenis, politiek, maatschappelijke thema's en alle menselijke hartstochten. Er is niets eenvoudig aan die stijl, zelfs de taal wordt tot het uiterste opgerekt. Het magisch realisme werd zo geliefd dat het jarenlang werd nagevolgd door schrijvers van elders, maar voor de meesten van hen heeft het nooit zo goed gewerkt doordat het alleen maar een literaire kunstgreep was, terwijl het perfect paste in Latijns-Amerika, waar de werkelijkheid nooit is wat ze op het eerste gezicht lijkt. De schrijvers uit het hoogtij van de Latijns-Amerikaanse literatuur die zich van het magisch realisme bedienden, verzonnen geen fantastische vertellingen maar vertelden de verhalen die ze kenden op een toon die aansloot bij de overdreven werkelijkheid van hun werelddeel.
Het Romanticismo en Realismo in de Literatuur uit Latijns-Amerika
Omdat er in de 19e eeuw bijna geen waardering was voor het indianenras, gingen veel schrijvers in Latijns-Amerika over de indianen schrijven. Er zijn twee soorten schrijvers te onderscheiden:
schrijvers van het Romanticismo en schrijvers van het Realismo.
El Romanticismo
Deze schrijvers gaven een figuurlijk beeld van de indiaan. Ze verzonnen een verleden voor ze om op die manier een trots gevoel bij de indiaan te creëren. Ze schreven ook over de oude cultuur van de indianen en hun verzet tegen de veroveraars (tijd van de kolonisatie).
El Realismo
De schrijvers van het Realisme schreven niet over de cultuur van de indianen en verzonnen ook geen identiteit voor ze zoals de schrijvers van het Romanticismo deden. Ze schreven over de werkelijke situatie van de indianen, over hoe slecht hun leefomstandigheden waren en over de zeer slechte behandeling en uitbuiting door de clerus en de ambtenaren. Een zeer bekende roman van El Realismo es Aves sin nido (Vogels zonder nest) van de Peruaanse schrijfster Clorinda Matto. Het werd tegelijkertijd in zowel Lima als Buenos Aires gepubliceerd in 1889 en in 1904 in het Engels vertaald. Ze schrijft als eerste over de slechte maatschappelijke status van de indiaan.
De schrijver José Maria Arguedas (Perú) publiceert in 1965 El sueño del pongo (zie syllabus). Pongo betekent indiaanse slaaf. Hij beschrijft als geen ander de wrede handelingen die de pongos moeten ondergaan. Omdat hij zelf, als blanke, is opgegroeid tussen de indianen in Perú (zijn vader werkte als advocaat voor hen), is hij in al zijn boeken begaan met hun lot.



No comments:
Post a Comment